Werelderfgoedmarker
Westdijk - Oosteinde (De Rijp)
De vissers in De Rijp werden met de drooglegging van het Beemstermeer van hun broodwinning beroofd. De vrije doortocht naar de Zuyderzee (nu Markermeer) was langer en lastiger geworden. Er werden bruggen en sluizen gebouwd waar men voor de doorvaart tol moest betalen. De laatste haringvloot voer rond 1888 uit. Al zijn de vissersschepen verdwenen, de haven is er nog. Nu liggen er toeristenboten.
Jan Adriaansz. Leeghwater, zoon van een molenmaker uit De Rijp werd door de bedijkers als molenmeester aangesteld. Jan werd verantwoordelijk voor de technische kwaliteit van de molens. Zo bracht hij verbeteringen aan in de bemaling zoals de drietraps en later de viertraps molengangen. Hij was slim en handig en wist goed aan zijn eigen imago te werken en noemde zichzelf ingenieur.
Bij de grote brand in januari 1654 in De Rijp werden ook de huizen aan de zuidkant van de Klaterbuurt verwoest. Bestuurders vonden dat herbouw niet nodig was, maar de bewoners keerden terug en herbouwden hun schamele huisjes. Of er schade aan de molens van De Rijper molengang is geweest is niet bekend. Je ziet nog het restant van de Rijper molengang, de waterlopen. Er tegenover, aan de ringvaart, ligt nog een opstapplaats waar men op een veerboot kon stappen. Die vervoerde zowel personen als het vee.
De donkere rijen in de verte zijn de bomen langs de weg en dat gebouw recht voor je. Dat is de nieuwe fabriek van CONO kaasmakers. Een gebouw dat qua architectuur in het karakter van het geometrische landschap van de Beemster past.
Uit Leeghwater’s Kleyne Cronieke, een anekdote.
En de brug? Die kwam er pas in april 1615.
Over UNESCO Werelderfgoed Droogmakerij de Beemster zijn veel verhalen te vertellen. Waarom heeft de UNESCO besloten de droogmakerij op de Werelderfgoedlijst te plaatsen. En weet je dat Beemster een Werelderfgoed in het kwadraat is. Wat is de rol van de UNESCO.