Overzicht van

‘Op de kaart gezet’ is een project over de historie van bijzondere plaatsen en gebouwen. Die zijn gemarkeerd met een bord waarop een kleine toelichting staat. Hieronder vind je alle borden en is wat extra informatie toegevoegd.

Hobrederweg 1a, 1464 LH Westbeemster

Wilhelmina was één van de negen dagkaasfabriekjes in de polder, opgericht aan het begin van de 20ste eeuw. O.a. door personeelsgebrek werd in Noord-Holland het kaasmaken van de boerderij naar deze fabriekjes verplaatst. De boeren zetten de avondmelk thuis te romen en leverden de volgende morgen de morgenmelk en de op de boerderij afgeroomde avondmelk bij de fabriek af. Daar werd er kaas van gemaakt. De boter werd dus nog op de boerderij gemaakt.

De andere dagkaasfabrieken waren:
De Hoop (de eerste fabriek), De Wilhelmina, De Unie, De Vlijt, De Eendracht, De Bamestra, De Toekomst, De Volharding en Arcadia.
Rond 1930 ontstonden de ‘zoetfabrieken’, hier werd uitsluitend de volle melk aangeleverd. De dagkaasfabriekjes verdwenen, schakelden om of gingen samenwerken.

Kaasmaken, een wetenschap. Bron: 400 jaar Beemster 1612-2012, hoofdstuk 4 door Kees van der Wiel.

Hobrederweg 26, 1462 LK Middenbeemster

Voorheen heette deze boerderij de Alidahoeve.

Dubbele stolp of langhuisstolp  uit de 17e of 18e eeuw. Kenmerkend voorbeeld van de Noord-Hollandse ontwikkeling in de Friese huisgroep met stalgedeelte onder een hoog, rieten schilddak en voorend onder zadeldak. Opgetrokken van hout op een bakstenen voet. Kenmerkend is de witte plint rond het huis. In de voorgevel vensters met zesruitsschuiframen. Schuur onder zadeldak achter de stal.

Monumentenlijst Rijksdienst Cultureel Erfgoed

Jisperweg 29, 1464 NE Westbeemster

Boschrijk is een boerenhofstede gebouwd  in het midden van de 19e eeuw door een graanhandelaar uit De Rijp. Opmerkelijk is de Zuid-Hollandse stal, d.w.z. de koeien stonden niet met de kop naar de buitenmuur maar naar het midden waar de voergang was. De stal bevatte dan twee rijen koeien. Opvallend is het lofwerk wat in die bouwperiode een teken van welstand was.

Extra informatie

De boerderij is heeft een villa-achtig voorhuis met een eenvoudige stal tegen de achterzijde en is ten dele onderkelderd. Het voorhuis is gebouwd op rechthoekig grondplan en bestaat uit twee bouwlagen onder samengestelde kap met flauwe dakhellingen en ruime overstekken. De kap bestaat uit een schilddak met aan voorkant en beide zijkanten een haaks hierop geplaatst zadeldak, waardoor het voorhuis aan genoemde zijden een centrale topgevel heeft. De windveren van de overstekende zadeldaken en de gootlijsten zijn rijk gesneden. De windveren komen samen in gesneden makelaars. De kap heeft op beide nokpunten een vierkante schoorsteen in rode baksteen en is bedekt met zwarte kruispannen.
Het muurwerk is witgepleisterd en voorzien van schijnvoegen. De vensters hebben afgeronde en gedecoreerde omlijstingen.

Monument

Jisperweg 53a, 1464 NG Westbeemster

Het klooster is in het begin van de twintigste eeuw gebouwd naast de bestaande kerk en pastorie die in 1879 gebouwd zijn. Voor 1879 werd er in schuilkerken gepredikt. Er waren destijds vier van deze schuilkerken in de Beemster. Eén van de taken van de nonnen was lesgeven aan de school met klassen waarin zowel meisjes als jongens zaten! De school was in eerste instantie ook in het kloostergebouw gevestigd. De voorgevel is nog in originele staat, alsmede een deel van de vertrekken, zoals de droogzolder. Boven de hoofdingang in het middenrisaliet zit een jugendstiltegeltableau (firma ‘De Porceleyne Fles’) met een voorstelling van de H. Maagd.

Het klooster is gebouwd op voorspraak van de nonnen. De pastoor had hen de oude schuilkerk (thans de Kerckhaen) toebedacht maar dat werd door de zusters resoluut afgewezen. De geschiedenis van het klooster en de school kun je lezen in ‘Een Roomsche enclave’ de geschiedenis van de Lourdesschool. (ISBN 9789081606516)

De op het L-vormig grondplan opgetrokken KLOOSTER met SCHOOL, waarvan de korte poot van de L het voormalige klooster bevat en de lange poot de school. Het bouwvolume bevat twee bouwlagen onder samengestelde kap met rode tuiles du Nord. Boven het klooster – met voormalige kapel op de verdieping – bevindt zich een dakruiter met houten klokkenstoel. De dakruiter heeft een achthoekige spits met lei in Maasdekking. Het muurwerk met uitgemetselde plint is gepleisterd. Gepleisterd is ook de zich voornamelijk aan de voorzijde bevindende cordonlijst ter hoogte van de verdiepingvloer. Ontlastingsbogen en strekken zijn in rode verblendsteen. De architectuur valt onder Expressionisme/Amsterdamse School. Architect Sante, S.B. van (Zaandam)

Meer over dit monument

Jisperweg 55, 1464 NG Westbeemster

Rooms-katholieke KERK, gewijd aan Johannes de Doper en is gebouwd in 1878-1879 naar een ontwerp van H. Bijvoets in Neo-gotische trant. De gotiek was van oorsprong een katholieke bouwstijl.

PASTORIE, gebouwd rond 1880, is waarschijnlijk ook een ontwerp van H. Bijvoets. De pastorie is door middel van een eenlaags-tusseneind verbonden met de zuidwestzijde van de kerk. De pastorie is gebouwd in eclectische bouwtrant met neo-gotische elementen. Een voortuin scheidt de pastorie van de Jisperweg. Meer informatie

Rijksmonument

Jisperweg 142, 1464 NL Westbeemster

Dit huis is een voormalig schoolgebouw uit 1623. Er waren meerdere kleine schooltjes behorend bij een zogenaamd buurtje. Dit was nodig omdat de scholen in het natte seizoen moeilijk bereikbaar waren. Tot 1860 werd hier les gegeven, daarna kwam een nieuw schoolgebouw met een huis voor de bovenmeester aan de overzijde. Het schooltje werd omgebouwd tot een kruidenierszaakje.
Nu is het een pittoresk woonhuis met een  fraai aangelegde tuin.  Bij ‘Die Langs Huis’ ligt op  5000m2 een Arboretum – botanische tuin. Nieuwsgierig geworden? Neem een kijkje op de website.

Leeghwaterstraat 9, 1462 JD Middenbeemster

In 1917 was er ook in de Beemster duidelijk behoefte aan een postkantoor in het dorp. Door Jaap Molenaar architect MBVA uit Amsterdam werd een kloek gebouw ontworpen. De stijlperiode kan worden aangemerkt als die van de Amsterdams School 1910 – 1940: expressionisme, baksteen en versieringen.

Na enkele jaren als postkantoor in de Leeghwaterstraat te hebben gefungeerd werd het gebouw in 1923 als gemeentesecretarie ingericht. De tekst boven de brievenbus werd van ‘brievenbus’ veranderd in ‘gemeente-secretarie’ wat er nog steeds staat. Alle voorzieningen waren in dit gebouw behalve een raadzaal. De raadsvergaderingen werden tot het vertrek naar het nieuwe gemeentehuis in de bovenzaal van Het Heerenhuis gehouden.

Tot 1 juli 1993 was het gemeentesecretarie, toen verhuisde de secretarie naar het nieuwe gemeentehuis aan de Rijn Middelburgstraat. Een moderne stolp, passend in het landschap naar een ontwerp van de Beemster architect Cornelis de Jong.

Dit gebouw is nu kantoor en woonhuis.

Leeghwaterstraat 26, 1462 JE Middenbeemster

Op 18 januari 1922 werd onder toeziend oog van burgemeester Jan Koopman (1905-1923) de eerste steen gelegd van de M.U.L.O.-school in Midden-Beemster. De school heeft altijd een belangrijke plaats ingenomen in het voortgezet onderwijs in de regio. De architect van dit gebouw was evenals het post-en telegraafkantoor Jaap Molenaar. 

In de periode 1932-1939 was Binne Sytstra hier leraar. Hij is de tekstdichter van het Beemsterlied. Een bekende leerling van deze school was o.a. Jos Brink die in de Zuidoostbeemster woonde. 

De ULO school werd niet alleen door leerlingen uit de Beemster bezocht.  Ze kwamen van heinde en ver: Purmerend, De Rijp, Kwadijk, zelfs uit Den Ilp en Ilpendam
Natuurlijk was er wel de HBS in Purmerend, maar de afstand en de sociale stap om naar deze school te gaan, werden als een drempel ervaren.

De Witte MAVO zoals hij later werd genoemd, is in augustus 1994 gesloten. Voor het voortgezet onderwijs moest men toen naar Purmerend en omgeving.
Tegenwoordig wonen en werken hier enkele Beemster kunstenaars in Leeghwaterateliers 26. Er hebben natuurlijk enkele verbouwingen plaatsgevonden, maar het trappenhuis met  de groen stenen decoratie is er nog steeds.

Middenweg 34, 1463 HC Noordbeemster

De hoeve Leeghwater heeft een woonhuis in Nieuw Historiserende stijl (1912) en een laat-19de-eeuwse schuur met uitgebouwde koestal. Het was een langhuisstolp, een lang voorhuis met daar aan een vierkant gebouwd. Dit type boerderij is een voorloper van de latere stolpboerderij die alleen uit een vierkant bestaat. 

In 1912 is de stolp gesloopt en in de huidige vorm opgebouwd: een langhuisstolp met een voorhuis. 

Middenweg 48, 1463 HC Noordbeemster

Gebouwd in 1752 als een van de vele platteland schooltjes in de Beemster met waarschijnlijk twee lokalen.
Reorganisatie van het onderwijs in 1929 betekende het einde van dit schooltje. Aan de overkant (nr. 49) werd een nieuwe school met woning voor de hoofdonderwijzer gebouwd. Per 1 augustus 2013 is de school aan de overkant, openbare basisschool de Bonte Klaver gesloten.
Het schooltje werd een café annex kruidenierszaak. 

Als cafe was het daarna jarenlang een graag bezochte uitspanning voor de plaatselijke bevolking. Maar ook voor vele reizigers naar Purmerend, Alkmaar of Hoorn was het een geliefde pleisterplaats. Ook nu nog is het een geweldige plek van rust en vooral lekker eten

Middenweg 57, 1462 HD Middenbeemster

Op deze plek stond één van de oudste boerderijen van de Beemster en heette ‘Pijlenburg’. Een oude gevelsteen in het woonhuis vermeld het bouwjaar 1629. In 1947 is deze boerderij verbrand. Bekend was de Heerenkamer in de boerderij. Zo’n kamer had geen stookgelegenheid en de landeigenaar kwam hier uitsluitend in de zomer wonen. Dit gebeurde bij vele boerderijen in de Beemster.

Het is winter 1947, het vriest hard en de kachel staat lekker aan en dan breekt er op Pijlenburg een schoorsteenbrand uit. De brand breidt zich snel uit en als de brandweer komt staan het huis en het hooi al in lichterlaaie. Het rieten dak vat kort daarna ook vlam. Er staat een keiharde oostenwind en het vriest 15 graden. De sloten waar ze bluswater uit willen halen zijn bevroren en er worden bijten gehakt. Het is een race tegen de klok die ze niet winnen en de boerderij gaat helemaal verloren. De volgende dag ziet de plaats er uit als een ijspaleis.

Bron: Brandweer Beemster

Middenweg 70, 1462 HD Middenbeemster

Een enkele stolpboerderij, gebouwd vroeg in de 18e eeuw. De stenen topgevel heeft een zgn. wolfsend. Dat is het afgeschuinde gedeelte van de kopse kanten van het dak van de boerderij, aan het einde van de nok. 
Verbrand op 21 juli 1932 mogelijk ten gevolge van hooibroei. De naam geeft aan dat zich hier het geografisch midden van de Beemster bevindt.

De brand is waarschijnlijk door hooibroei ontstaan. De knecht, die ’s avonds laat thuis kwam, ontdekte de brand en waarschuwde de familie. Toen de brandweer arriveerde stond de hele boerderij al in lichterlaaie. De boerderij brandde geheel af, alleen de schuur en een hooiklamp bleven behouden. Twee weken later begon men met de herbouw van de boerderij.

Bron: Brandweer Beemster

  • Doopsgezinde Vermaning

Middenweg 86, 1462 HE Middenbeemster

Op 1 oktober 1784 werd de eerste steen gelegd, waarvan de gedenksteen in de voorgevel met de volgende tekst:

Op Hoop Van Godes Dierbre Zegen
Van Zijn Bescherming Liefden Trouw
Soo Heb Ik Aan Dit Kerkgebouw
Den Allereersten Steen Gelegen
Den 1 October 1784
David Gerrisz. Beets

De kerk en de kosterij zitten onder één dak. Volgens de doopsgezinde traditie staan de stoelen voor de vrouwen (zusters) in het midden en daar omheen de banken voor de mannen (broeders). De kerk heeft nog een orgel van de Amsterdamse orgelbouwer Pieter Flaes. Een van de nog drie handgepompte orgels in Nederland. Voor het bespelen van het orgel zijn twee personen nodig: een die voor het luchtpompen zorgt zodat de ander kan spelen.

In de 19e eeuw is de broer van Multatuli (Eduard Douwes Dekker) ds. P. Douwes Dekker predikant in de Vermaning geweest. Het interieur is sober. Het gebouw (schuilkerk) werd tot 2024 als doopsgezinde kerk gebruikt.

De totale kosten voor de bouw bedroegen zeven duizend zes honderd vier en veertig gulden en twintig cent. De gelden voor de bouw van de kerk werden verkregen door de verkoop van het oude kerkgebouw in Oosthuizen, collectes onder gemeenteleden.  En van erfenissen zoals die van de weduwe Maartje Doets en een Lutherse kleermaker wiens klantenkring uit voornamelijk doopsgezinden had bestaan.

Sinds 2024 werkt de Doopsgezinde Gemeente in Beemster nu samen met de PKN, met haar prachtige Keyserkerk in Middenbeemster.

Sinds 2021 heeft de doopsgezinde Vermaning heeft zijn hoofdfunctie als kerk grotendeels verloren. Er volgde een verbouwing en herbestemming van de bijgebouwen. De voormalige kerkruimte is een multifunctioneel gebouw voor sociaal culturele activiteiten.

Het gebouw is een monument.

Middenweg 103, 1462 HG Middenbeemster

De gevelsteen met de afbeelding van een kasteel  naast de zijdeur geeft het bouwjaar 1629. De boerderij heeft een opkamer. Onder de opkamer is een melkkelder waarin kaas werd gemaakt. De aparte wagenschuur heeft destijds als katholieke schuilkerk gefungeerd.

De originele brug  is met de aanleg van het fietspad helaas verdwenen.

De boerderij is een monument.

Middenweg 148, 1462 HL Middenbeemster

Drie jaar na de drooglegging in 1612 stelde het polderbestuur, toentertijd grotendeels bestaande uit vooraanstaande Amsterdammers, de bouwmeester Hendrick de Keyser aan om een kerk voor de Beemster te ontwerpen. Er werd gekozen voor een nieuwe bouwvorm, een rechthoekige zaalkerk in Renaissancestijl met een ranke toren die tevens dienst kon doen als uitkijkpost bij (brand)gevaar.

In 1618 werd met de bouw van de kerk in Middenbeemster begonnen, in het zuid-oost kwadrant van de kruising tussen Middenweg en Rijperweg. Nadat de toren in 1621 was voltooid kon de kerk op 30 juli 1623 worden ingewijd. In 1625 werden aan weerszijden van de toren twee kamers gebouwd, de huidige consistoriekamer en de stovenkamer. Dit werd gedaan nadat eerst herstellingswerkzaamheden waren uitgevoerd omdat de toren van de kerk al begon af te wijken. .

De kerk in Middenbeemster is één van de vroegste voorbeelden van protestantse kerkbouw in Holland volgens traditioneel lengtepatroon. De behandeling van de toren, de westgevel en de puntgevel die aan de oostzijde het zadeldak afsluit, is kenmerkend voor Hendrick de Keyser . In 1661-1662 werd de toren naar ontwerp van Pieter Post verhoogd, met als uitvoerder Arent Heemskerk. Daarbij werd de huidige situatie bereikt.

De oude uit 1621 daterende torenklok namen de Duitsers in de WOII in beslag en deze is nooit meer teruggezien. Een nieuwe klok werd in 1948 in gebruik genomen. Het batig saldo van de gaarkeuken in de oorlog werd  o.a.voor de aanschaf aangewend.

De Duitser maakte van de klok die ik vervang een oorlogswapen. Doch Beemster heeft na vijands val uit oorlogskost mijn spijs geschapen.

Middenweg 171, 1462 HJ Middenbeemster

Het smederijpandje werd in 1676 op het marktplein in de Middenbeemster gebouwd. De travaille dateert uit 1744. De smederij werd gebruikt voor het maken en repareren van werktuigen, maar er werd siersmeedwerk afgeleverd zoals poorten en hekwerk. Lange werkstukken werden door een luik naar buiten gestoken. Het luik bevond zich op een strategische plek zodat het te smeden deel in het vuur kon liggen. Ook was er een luikje naar de woonkamer met alle gevolgen van dien. 

Het huidige museum draagt ook haar naam. Tot 1880 heeft het gebouw dienst gedaan als pastorie. Een bekende bewoonsters is de schrijfster Betje Wolff geweest. Zij woonde hier gedurende haar huwelijk met ds. Adrianus Wolff (1959-1777). Betje, geboren in Vlissingen is uitgehuwelijkt aan de dertig jaar oudere weduwnaar. Tijdens haar huwelijk trok zij zich graag terug op ‘Kipperust’, een kamertje aan de achterzijde van de pastorie waar zij schrijft: gedichten, artikelen en vertalingen. Een sprankelende vrouw met een onafhankelijke geest en met een vooruitziende blik.
Haar bekendste werk is zeker de roman Sara Burgerhart.

Deze boerderij is een fraai voorbeeld van een oude stolpboerderij daterend uit 1683. De boerderij is destijds gebouwd in opdracht van de burgemeester van Jisp. Als zelfstandige gemeente had Jisp een lepelaar in het wapen. U ziet een fraaie voorgevel met links de opkamer. Onder de opkamer was een melkkelder voor de kaasbereiding. Twee gevelstenen, een met lepelaar, de ander met het jaartal 1683 en andere ornamenten sieren de gevel. In de opkamer is een betegelde wand en op het houtwerk geschilderde voorstellingen van engeltjes en ploegende boeren.

Boerderij de Lepelaar is een Rijksmonument.

Ed Dekker schreef over de historische achtergrond van de boerderij.

De Eenhoorn is in 1682 gebouwd, een jaar eerder dan de naast gelegen ‘Lepelaar’.
Het is een deels houten stelphoeve met achterwaarts uitgebouwd bedrijfsgedeelte en bakstenen woongedeelte.

De middenpartij van de voorgevel is een variant van de Amsterdamse Vingboonsstijl, bekroond met o.a. het beeld van een eenhoorn en versierd met gebeeldhouwde gevelornamenten en een cartouche met 1682.

Typerend voor deze boerderijen zijn de grote boomgaarden. Deze hadden meerdere functies: naast productie van fruit leverde het hak en geriefhout op. In het vroege voorjaar liepen er de schapen met de pasgeboren lammetjes. Later in de zomer graasden er de kalveren.

De boerderij is een Rijksmonument. 

Een korte bewonersgeschiedenis door C.F.C.G. Boissevain bij het 300-jarig bestaan van de Eenhoorn.

Dit huisje staat op een zeer oude woonplek, gebouwd tegen het schiereiland Kruisoord. Het land is een restant van het oude veenland. Het ligt dermate hoog dat het bij de eerste inpoldering in 1610 nog buiten de droogmaking kon worden gehouden en behoorde bij de polder Beetskoog. Na de dijkdoorbraak in 1611 is ook het oude schiereiland bij de inpoldering gevoegd. Hier zie je niet de rationele indeling zoals in de polder maar is de oude perceelsindeling nog in takt.

Is gebouwd in 1881 in opdracht van het Amsterdamse Deutzenhofje. Dit voorname hof aan de Prinsengracht verrees in 1694-95 gefinancierd uit de nalatenschap van Agneta Deutz.

De boerderij dankt haar naam aan deze dame. Uit een nalatenschap verwierf ze de Beemster percelen AK 12 en 13 en HK 101, een totale oppervlakte van 60 morgen.

Wouter Sluis, pionier op het gebied van zuivel- bereiding en land- en tuinbouw, betrok op 2 december 1858 het Deutzenhofje. In 1881 werd de boerderij vervangen door een nieuw gebouw. Het achtergedeelte met de vertrek- ken voor de melkverwerking, veestallen enz. werd op aanwijzing van Sluis en geheel overeenkomstig zijn wens gebouwd. 

Deze zogenoemde Kringenwetwoning uit 1914 is gebouwd  volgens de voorschriften van de Kringenwet (1853-1963). 
Omdat de woning binnen een straal van 500m tot 600m van Fort aan de Nekkerweg werd gebouwd, mocht er een stenen fundering en schoorsteen worden geplaatst met daarop een houten opbouw. Ook de dakbedekking mocht van steen zijn. Het voordeel van houtbouw was dat het ingeval van nood snel kon worden gesloopt. In de Beemster zijn nog meer kringenwetgebouwen.

Het voormalig polderhuis is een 19e-eeuws wit gepleisterd, sober neoclassicistisch gebouw. Vanaf het dakterras op het afgeplatte schilddak had men zicht op de poldermolens die rond 1890 allemaal zijn verdwenen. Een gietijzeren steektrap (1880) tegen de dijk leidt naar het polderhuis. Het huis diende als vergaderruimte en was tevens de woning van de hoofdopzichter van het Waterschap.

Op deze plaats stonden 21 molens in drie rijen, verdeeld over ondermolens, middenmolens en uitslaanders (deze staan o.a. op de kaart van 1644).

Er naast stond een dienstwoning met een werkplaats en houten timmerschuur die dienst deed als reparatiewerkplaats voor de poldermolens, waarvan nu onderdelen zijn verwerkt in het houtskelet en de vloeren. Door zijn vorm, hoogte en witte kleur valt het gebouw langs de Oostdijk op. 

Het is een Rijksmonument.

Dit woonhuis is rond 1907 (Kadaster) gebouwd door aannemer Kerkhof. Hij was ook de eerste bewoner. Deze woning heeft een bijzondere architectuur.

Helaas is er in de archieven geen verdere informatie gevonden.

Tekening Maarten Oortwijn stolpboerderij BroedersbouwBroedersbouw is een bakstenen stelphoeve met dubbel hooivak onder één dak.  Het 17 meter hoge dak is aan drie zijden met riet en aan de zuidkant met pannen bedekt. De voorgevel met de hogere middenpartij eindigt in een klokgevel met gevelsteen, waarop de naam van de boerderij en het jaartal 1742. De boerderij is een Rijksmonument,

De boerderij ligt op de Arenbergerkavels 56 en 57. In 1612 werd kavel 56 toegewezen aan Leonard Ray en 57 aan de gebroeders van Oss. Zij verkopen deze al snel aan Ray.

De boerderij is begin 1700 gebouwd in opdracht van de regenten familie Van der Poll. De familie Boreel kreeg de boerderij in 1813 in handen.

Het is een voorbeeld van een West-Friese stolp: de darsdeuren aan de voorkant en de stal aan de achterkant, die evenwijdig loopt met de weg. Tot 2000 was de boerderij in gebruik als veehouderij.

Sinds 2015 heeft het de functie van boerenbedrijf verloren is het het pand grondig gerestaureerd. Er zijn negen appartementen in gerealiseerd met behoud van originele karakterzieke elementen.

Tekening Maarten Oortwijn. Bron Provinciale Atlas van Noord-Holland

Belvliet Arenbergerkavel 64De eerste eigenaars van deze kavel grond waren de gebroeders van Oss.

Op de kaart van Balthasar Florisz. van Berckenrode uit 1640 staat op deze plek al een stolp met een voorhuis. Het voorhuis is echter van een vroegere boerenhofstede afkomstig. Als in 1767 Cornelis Francois Duyvensz. overlijdt, wordt Belvliet op fl. 12.000,- getaxeerd.

De huidige stolp is van een latere datum en wordt gebruikt voor akkerbouw. Het voorhuis van Belvliet is fraai gerestaureerd.

Het is een Rijksmonument.

Houten woning, gebouwd in Zaanse stijl.
Dit huis is, evenals de meeste boerderijen destijds, opgetrokken uit hout en is bewaard gebleven. Typerend is de ingang met het bovenlicht en gesneden deur uit de 19e eeuw.

Het is een Rijksmonument.

Heerenhuis
Rechts op de tekening staat al een gebouw.

in 1640 stond er een gebouw op deze plek. Het huidige pand is in 1826 opgetrokken en deed dienst als raadhuis. ‘De eerste steen aan dit gebouw is gelegd door Klaas Kunst, oud 8 jaren den 15 april 1826’.

Daarna werd het een café-restaurant met een grote bovenzaal voor bruiloften, partijen en toneeluitvoeringen. Rechts naast de ingang was de zogenaamde vrouwenkamer. ’s Zondags na de kerkdienst werd het Heerenhuis een verzamelpunt voor de kerkgangers: de dames kwamen bijeen in de vrouwenkamer en de heren verdronken de preek in de gelagkamer.

Het is een Rijksmonument

D. van der Burg anno 1763. Bron Provinciale Atlas van Noord-Holland

Gevelsteen Kerkzicht. een mol.De naam spreekt voor zich als de kerk op en steenworp afstand staat.

Het voorhuis dateert van 1721 en de stolp is van eind 19e eeuw. Op deze plek stond ooit een buitenplaats waarvan het voorhuis bewaard is gebleven. Op de gevelsteen staat een mol naar de toenmalige eigenaar: in 1707 werd dat Pieter Mol, burgemeester van Jisp.

Van 1931 tot 1971 stond deze boerderij aan de rand van het dorp, bekend als fruitbedrijf Leeghwater. Daarvoor was het een veehouderij.

Vanaf de droogmaking werden weeskinderen in de Beemster ondergebracht bij particulieren. De Nederlands Hervormde kerk bemiddelde hierin.

Omstreeks 1680 waren er echter zo veel wezen, dat deze manier van opvang niet meer mogelijk was. De besturen van de polder en de kerk besloten toen een weeshuis op te richten. Gedurende 235 jaar werden wezen uit elke sociale klasse in de Beemster in het weeshuis opgenomen. Dit was een vernieuwing in het beleid van de zorg voor wezen. De allerarmsten werden in de meeste plaatsen niet opgevangen.

De laatste twee wezen stierven kort na elkaar in 1916.

Wil je meer weten, kijk dan eens in het  Archief van de Weeskamer van de Beemster -1624 tot 1810 –

Bron: streekarchief Waterland 

In 1891 besloot een kleine groep boeren een dagmelkfabriek op te richten. De stuwende kracht achter dat idee was Wouter Sluis (1827-1891). Hij was van mening dat de hygiëne bij het kaasmaken en karnen verbeterd kon worden. De realisatie van zijn plan maakt hij nog net mee.

Bamestra was één van de negen kaasfabriekjes die in de Beemster hebben gestaan. Een reden voor al die fabrieken was naast de hygiëne ook de slechte begaanbaarheid van de wegen. De melk hoefde nu over een korte afstand met slechts enkele bussen op de wagen te worden vervoerd. Zwaar transport was onmogelijk in die tijd.

Op 12 december 1964 valt het doek en wordt de fabriek stilgelegd. Uiteindelijk wordt de fabriek in 1990 gesloopt om plaats te maken voor woningbouw.

Weetje
Zelfs oud-minister Sicco Mansholt heeft hier de hele zuivelbereiding geleerd, 

Herinneringen aan de Bamestra dagmelkfabriek

Bron: Zuivelhistorie Nederland en De Binnendijks 1989.

Deze binnenkavel werd in 1612 door loting aan Willem Usseling toegekend. Bij de eerste bouw kreeg het huis de naam ‘Jupiter’ tot in 1802 nog in de transportakte van verkoop voor komt.

In 1786 bouwde men een  herenhuis op de plaats van de verdwenen hofstede. Boven de versierde ingangspartij met het jaartal 1768 staan twee alliantiewapens.  De fraaie gietijzeren poort en de boogbrug dateren uit dezelfde periode. Ooit is het begonnen als veeteelt bedrijf, maar is nu in gebruik voor akkerbouw. Het beeld naast de boerderij is de god Jupiter, de vroegere naam van de boerderij. Het beeld is afkomstig van het polderhuis aan de Noorddijk.

Rustenhove is een Rijksmonument

Bron: Boerderijenstichting

In 1612 werd deze kavel bij loting toegewezen aan Hendrik en Dirk van Oss.

De Purmerendse houthandelaar Nicolaas Brantjes bouwde in 1820 het landhuis ter ere van Marie van den Heuvel.
Van oorsprong is Mariënheuvel een buitenplaats waar men alleen in de zomer verbleef. Wie waren de bewoners van dit statige huis? Lees hier een korte historie.
Bron Buitenplaatsen in Nederland.

De twee verdwenen stolpen op het achtererf voorzagen in de producten van het land.

Het gemaal is genoemd naar Wouter Sluis (1827-1891), veehouder, uitvinder, en bestuurder in Beemster. In 1971 werd het stoomgemaal uit 1885, vervangen. Er kwam een gemaal met twee elektrisch aangedreven pompen. Het stoomgemaal kwam destijds ter vervanging van de windmolens. 

Het onderhoud van de molens was immers tijdrovend en te duur. Bovendien ontstond er wateroverlast bij veel regen omdat de molens bij windstil weer niet konden draaien.

Aan de de Westdijk tussen Spijkerboor en De rijp lagen drie molengangen

  • de Volger molengang bij Spijkerboor (4)
  • de Grafter molengang (4)
  • de Rijper molengang (4) + een kilmolen

Op de foto zijn drie van de vijf molens zichtbaar. Tussen 1885 en 1890 zijn deze molens samen met de andere molens vervangen door drie stoomgemalen. Deze stonden aan de Westdijk, de Noorddijk en de Oostdijk. Het gebouw van het stoomgemaal  aan de Noorddijk is nog overgebleven.
Zo kwam er een einde van het molentijdperk in de Beemster waar ooit 50 molens het water op peil hielden.

Helemaal aan hert einde van de verharde Wormerweg bij de kruising met de Zuiderweg staat deze typisch Noord-Hollandse stolpboerderij gebouwd in 1885.

Deze boerderij is een stolp uit begin 19e eeuw van het type ‘Noord-Hollandse stolp’. Dat wil zeggen: de grote darsdeuren staan in de achtergevel. De koestal is dan haaks op de weg gebouwd. Bij deze constructie bevond de stal zich altijd achter de voordeur.

Hier stond ooit een houten boerderij met rieten dakbedekking. Tijdens de kermisweek in juli 1959  is de boerderij door brand verwoest. Waarschijnlijk is die veroorzaakt door hooibroei. Op dezelfde plaats staat nu een modern landbouwbedrijf.

De Amsterdamse koopman Frederick Alewijn liet hier zijn buitenplaats bouwen. In 1639 liet hij door Pieter Post een ontwerp maken voor het huis en de tuinen. Een jaar later leverde de bekende Amsterdamse Philips Vingboons ook en ontwerp in. Uiteindelijk kreeg in 1642 Pieter Post zijn ontwerp de voorkeur. De bouw van het buiten kwam in 1647 af.

De laatste bewoner van de buitenplaats was mr. Frederik Alewijn Frederiksz., die in 1817 op zijn hofstede in de Beemster overleed. In 1819 werd de buitenplaats gesloopt en werd het terrein verkocht.

In 1878 werd dit huis gebouwd in opdracht van het echtpaar Jan Noome en Maartje Kroon uit de Purmer. Jan was destijds boer aan de Oosterweg.

Later werd het een bijkantoor van de Boerenleenbank en Jan Jak was de kassier.
Het woongedeelte bevond zich rechts, het linker deel was bank en wachtkamer. In de jaren ’60 kwam het huis in bezit van de familie Bartels (de bakkers in Purmerend). De kantoorruimte werd toen in gebruik genomen door de Hollandse Maatschappij van Landbouw.

Vanaf 1980 is de familie de Jong eigenaar. Met hulp van de Beemster architect Cornelis de Jong is in de negentiger jaren de nagenoeg oorspronkelijke gevelversiering opnieuw aangebracht.

Het Fort bij Spijkerboor is het grootste fort van de Stelling van Amsterdam. Deze verdedigingslinie werd tussen 1880 en 1920 Rond de hoofdstad gebouwd. (Het harnas van de hoofdstad) Het kanon op de koepel is nog aanwezig.

Bezoekerscentrum gesloten

Vanwege de weersomstandigheden tot 16 januari 2026.

Due to the weather conditions the Visitor Center is closed until January 16, 2026.

Webshop is open 24/7