Koeien bij molen. RMA SK-A-2428

Zonder wind en molenaars draaien de molens niet.  

Het verhaal over de Beemster poldermolens. Tijdens de drooglegging van het Beemster meer zijn molens diverse keren verplaatst. Het resultaat van de bemaling voldeed niet en de ervaring leerde dat het anders moest. Hoe plaats je de molens ten opzichte van de dijk en drie molens op rij was niet voldoende. Op de molengang bij Jisp na zijn het allemaal viertraps bemalingen geworden. Het doet je denken aan een schaakspel met de natuur als tegenstander.

Met de komst van de stoomgemalen rond 1880 viel het doek voor de molens in de Beemster. Ze werden afgebroken, verkocht of het hout werd hergebruikt.

Vier Draaioorder molens

Purmerenderweg nabij nr. 52 Zuidoostbeemster

Op oude kaarten en in teksten heet dit gebied ‘Draaij oort’. Op deze plaats, toen de Beemster nog een meer was, konden de schepen hier mogelijk draaien. Tijdens de drooglegging werden hier molens gebouwd. Eerst twee en toen de Purmerender molens werden afgebroken werd er een van de twee hier geplaatst. In 1632 besloten de Hoofdingelanden (het toenmalige bestuur) ook hier een viertrapsbemaling te realiseren om de bemaling te verbeteren. Er werd een vierde molen bijgeplaatst, molen nr. 2 in de molengang. Vanaf 1848 werden de schepraderen vervangen door een vijzel.

Bij de aanleg van de afrit op de N244 in 2017 naar Oosthuizen kwamen resten van deze molengang en wel van de tweede en laatst gebouwde molens tevoorschijn. Zo kregen archeologen inzicht in de plaats van het molenerf en het molenaarsleven. 4 achtkantige bovenkruiers als onderdeel van totaal 50 molens die het water in de polder op peil hielden. Onder de afrit heeft deze molen gestaan. Wil je meer weten, kijk dan bij Hollandse archeologische publicaties van het Huis van Hilde.

Het leven op een molen was hard en het ging niet altijd goed. Onderstaand bericht werd aan het bestuur medegedeeld:

Op 9 juni brengt de dijkgraaf verslag uit van het werkbezoek dat de opperpoldermeesters aan de Draaioorder molens hebben gebracht. Het gezin van molenaar Adriaan Kruyt op een van de molens verkeerd in zeer armoedige omstandigheden. Na overleg wordt besloten om Kruyt te helpen een baan in Oost- of West-Indië te vinden. De kinderen gaan naar het weeshuis en de jongste wordt bij een gezin ondergebracht. Een ‘sociale’ oplossing anno 1722.

Van oudsher is er al contact

Toen het Beemster meer was drooggelegd, ontstonden er enkele problemen zoals bijvoorbeeld de toegang tot het nieuwe land. De brede ringvaart kon je alleen met een bootje oversteken, daarom stonden bruggen bovenaan het verlanglijstje van de omliggende dorpen. Snel na de drooglegging kwamen er, na stevige onderhandelingen op verschillende plaatsen bruggen. Nut en noodzaak, maar vooral wie betaalt het, waren belangrijke vragenIn augustus 1610 bereikten de ‘gecommiteerden van de Beemster en de Heeren van Purmerende’ een akkoord dat er een brug over de ringsloot wordt gemaakt. Ze noemden hem de Beemster Poort.

Tot de drooglegging van het Beemstermeer visten de Purmerenders op het meer en op de Where. De paling die men daar ving was van prima kwaliteit en een goed verkoopproduct. Met de drooglegging van het meer veranderde het leven van de vissers, het viswater was immers behoorlijk minder geworden.

Op het nieuwe land bloeide de landbouw en de veeteelt. Purmerend was al in het bezit van marktrechten en ontwikkelde zich toen als marktstad. De kaas- en botermarkt en later de veemarkt waren in de wijde omgeving bekend. Er groeide een levendige handel in koeien, schapen, kippen en op de warenmarkt was van alles te koop. Van potten en pannen, tot planten, stoffen, groente en fruit. Deze markt is er nog steeds, de andere markten zijn verdwenen.

Alleen de naam herinnert je nog aan de tijd dat hier een slot heeft gestaan. Op het plein zie je nog wat muurresten staan. In 1410 werd hier in opdracht van Willem Eggert Slot Purmerstein gebouwd en was groter dan het Muiderslot. Het slot beleefde als machtscentrum een woelige periode. Op afbeelding zie je een robuust slot waarvan de muren echter niet tegen kanonschoten bestand waren. Dat was volgens de bouwheer niet nodig.

In 1741 gaf het toenmalige stadsbestuur opdracht om het gehate machtssymbool te slopen.

Op 30 juli 1612 werd om 12 uur de klok geluid om de verdeling van de Beemster landen aan te kondigen. De vergadering van de Hoofdingelanden vond plaats op het ‘Kasteel’ in Purmerend. Op hun verzoek waren ook de Schepenen van Purmerend aanwezig om de verkaveling te registreren. Bij de deur las dijkgraaf Tobias de Coene de ‘kavelconditiën’ voor aan de aanwezige belanghebbenden en belangstellenden. Hierna heeft de verloting van de Beemstergronden onder de investeerders plaatsgevonden. Alles is minutieus opgetekend in het ‘Extract Uyt het Octroy van de Beemster met de Cavel-Conditien en de Kaerte van dien als mede ‘t Register van de Participanten Beemster tot Purmerend. Het bestuur van Beemster heeft vele jaren in het Kasteel of Slot Purmerstein vergaderd omdat er in de nieuwe polder nog geen geschikte locatie was.

Kastelein, bij dat woord denk je aan een café of bar. Aan degene die je drankje inschenkt. Maar het betekende vroeger ook iets anders.
Het was de plaatsvervanger van de kasteelheer bij het beheer van het kasteel of een belangrijke ambtenaar in dienst van de landheer met bestuurlijke en gerechtelijke bevoegdheden. Het waren altijd mannen, zonen of familie van landheren en sommigen namen hun taak niet zo nauw.

1608: Cornelis Buys wordt als kastelein en baljuw van de Beemster aangesteld. Hij nam het niet zo nauw met het ambt, bleef in Den Haag wonen en kwam voor de magistraatsverkiezingen niet naar Purmerend. Toen Arent Kat in 1614 door een belastingpachter was neergestoken, wenste Buys niet naar de rechtbank te komen en bleef men weken met het stoffelijk overschot zitten.

Purmerends Museum

Hier vind je veel informatie over de geschiedenis van Purmerend: over het slot, de gevolgen van de droogleggingen van de Beemster, Purmer en Wormer, de ontwikkeling van vissersdorp tot marktstad. Je vindt er vroege werken van enkele in Purmerend geboren architecten zoals J.J.P. Oud, Mart Stam en Jac. Jongert. Het museum heeft een mooie collectie Purmerends plateel uit de periode 1896-1907 van de fabrieken Wed. N.S.A. Brantjes & Co, NV Haga, L. Huisenga en Jb Vet & Co.
Nieuwgierig geworden? Neem een digitaal kijkje in het museum.

In de museumwinkel is ook het VVV waar ze je graag meer informatie geven.

Zuiddijk 4, 1461 EB Zuidoostbeemster

NB! Zowel het eerste als het laatste stuk van de Zuiddijk zijn niet toegankelijk voor gemotoriseerd verkeer. 

De route gaat over de dijken van de Beemster en je komt op plaatsen waar in het verleden molengangen hebben gestaan. Na Purmerend gaat de route op de Zuiddijk bij de Beemsterbrug verder en vertellen we iets over geschiedenis van de drooglegging van de Beemster en zijn molens.

Via aanplakbiljetten waarop de voorwaarden voor de werkzaamheden staan, zoeken de Hoofdingelanden arbeiders voor het aan te leggen dijkvak bij Purmerend.
Leeghwater schrijft:

‘Op 10 april 1608 wordt onder grote publieke belangstelling op het Kasteel het werk aan het dijkvak gegund aan Jan Adriaansz Jongkind van Burghorn. Omdat hij het eerste park had gemijnd kreeg hij als beloning een ton bier.’

De Beemsterringvaart, plm. 42 km lang, was en is van belang als verkeersader, viswater en natuurlijk als boezem om het overtollige water uit de polder op te lozen.

Na de drooglegging was er veel viswater aan de vissers ontnomen en de open verbindingen waren vervallen. Omliggende dorpen verzochten om in de ringvaart te mogen vissen. In 1656 bereikten de stad Purmerend en de Hoofdingelanden van Beemster overeenstemming over het vissen in de ringvaart tussen Draaioord en het zuideinde van de Wormerweg. Hieraan werden strenge voorwaarden verbonden. Zo mochten vissers de ringdijk niet beschadigen, de waterlozingen niet verhinderen en de scheepvaart niet belemmeren dat alles op een straffe van poene (boete).

In de Zuiddijk ligt een grote inundatiesluis. Deze is een onderdeel van de Stelling van Amsterdam en werd aangelegd tussen 1890 en 1891. De sluis was voor “onderwaterzetting van de Beemster.” Meer informatie staat op het bord en je kunt in de kom van de sluis kijken.
LET OP: Hekje sluiten want er kunnen schapen lopen.

Zuiddijk bij nr. 13
Hier is een van de aanlegplaatsen of opschepingsplaatsen aan de ringvaart waar o.a. vee werd ingescheept voor vervoer naar de markt. Deze plaatst heet dan ook ‘de Dood” immers het vee ging veelal voor de slacht weg. De boerderij aan de overkant heeft ook deze naam.

Zuiddijk 13
Hier ligt het Fort aan de Middenweg, een onderdeel van UNESCO werelderfgoed de Stelling van Amsterdam en kun je niet bezoeken. Het fort en de fortgracht zijn vanaf de dijk zien. Hier ben je in een werelderfgoed in het kwadraat.

De Jisper molengang

De Jisper molengang is de enige molengang die bij de drooglegging van de Beemster tot de sloop een drietrapsmolengang was. Hier was het meer minder diep dan de andere delen en  deze combinatie was hier voldoende.

Drie molens op een rij, eerst met een scheprad en later met een vijzel, voerden het water naar de ringvaart. Het opvoerbereik van een scheprad (1.50 m) was minder dan dat van de latere vijzel of schroef van Archimedes (tot 4.50 m). Vanaf 1848 kregen de Beemster molens een vijzel. 

Bij huisnr. 4 zijn aan weerszijden van de boerderij nog sporen van de voormalige molengang te zien.